3985682452

De kinderen krijgen op de basisschool verschillende lesmethodes voor de verschillende vakken. De overheid geeft eens in de vijf jaar een budget aan scholen om de lesmethodes te vervangen en vernieuwen. Scholen mogen zelf beslissen welke lesmethodes zij aanschaffen. In deze methodes staat een leerlijn waarin de doelen staan die kinderen uiteindelijk moeten behalen. Dit zijn concrete lessen met een handleiding en werk- en leerboeken. Vaak wordt er ook gebruik gemaakt van schooltelevisie van Teleac. Dit zijn didactische programma’s voor groepen als aanvulling op de lessen.

Hoe een leerling zich ontwikkelt, houdt de school in de gaten met een leerlingvolgsysteem. Vanaf groep 1 krijgen de kinderen ieder half jaar een toets voor verschillende vakken, waaraan de leraar kan zien hoe het kind zich ontwikkelt. Ook kan de leraar zien of de lesmethode werkt en hoe de instructie en oefening effect heeft. Zo kan ook de leraar zijn lessen aanpassen, wanneer blijkt dat leerlingen er weinig van opsteken.

De school moet vorderingen van leerlingen laten weten aan de ouders of verzorgers. Dat gaat meestal met een gesprekje. De leraar en ouders bespreken dan de voortgang van het kind en de leraar vertelt over wat hij voor de klas precies doet. Zo legt hij verantwoording af voor zijn werk. Na het laatste gesprek van het jaar wordt bekeken of het kind naar de volgende groep mag, of dat hij moet blijven zitten.

ipadschool

Op de basisschool leren de kinderen rekenen en wiskunde, taalvaardigheid, wereldoriëntatie, creatieve ontwikkeling, beweging, sociaal-emotionele ontwikkeling en levensbeschouwing. In de Wet op het primair onderwijs en de Wet primair onderwijs BES staat dat deze vormingsgebieden moeten worden geleerd.