Kinderen zijn vanaf hun vijfde verjaardag leerplichtig, maar veel kinderen gaan al op hun vierde naar groep 1 van de basisschool. Hier volgen ze basisonderwijs, dat voor kinderen van 4 tot 12 jaar is bedoeld. De basisschool bestaat in Nederland sinds 1985, toen de Wet op het Basisonderwijs werd ingesteld. Daarvoor was er een andere vorm van school. Toen was er nog een verdeling in kleuterscholen en lagere scholen.

De Alk 18De basisschool valt onder de wet op het primair onderwijs. Als een kind uitvalt op een basisschool, kan die naar het speciaal onderwijs overstappen, dat onder dezelfde wet valt. Na de basisschool gaat een kind naar het voortgezet onderwijs op een middelbare school. In Nederland zijn ongeveer 3600 basisscholen.

Tot 1986 heette groep 1 en 2 de kleutterschool en de groepen 3 tot en met 8 de lagere school. Op de lagere school werden de groepen de klassen 1 tot en met 6 genoemd. Nu verdelen we de acht jaren op de basisschool in de onderbouw (groep 1 en 2), de middenbouw (3, 4 en 5) en de bovenbouw (6, 7 en 8).

basisschool

In de onderbouw wordt spelend geleerd. Er wordt voorzichtig begonnen met schrijven en tellen. Belangrijk is de sociale vaardigheid. Leerlingen gaan met elkaar spelen. Simpele problemen oplossen leren de kinderen door middel van puzzels, kleuren en vormen.

Tijdens de middenbouw leren kinderen lezen, spellen en rekenen, waarbij het niveau met iedere groep toeneemt. Zo leren kinderen hoofdletters schrijven en vermenigvuldigen en delen. In groep zes krijgen leerlingen ook topografie.

In de bovenbouw krijgen de leerlingen ook te maken met Engels en komt de Cito-toets. Groep 8 is het laatste jaar voordat leerlingen naar de middelbare school gaan. Vaak wordt het jaar afgesloten met een schoolkamp of musical. Aan het eind van het jaar moeden de kinderen hebben laten zien dat ze de taal en het rekenen onder de knie hebben.